Ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson is een chronische aandoening die zich meestal openbaart tussen het vijftigste en zestigste levensjaar. In deze leeftijdsgroep komt de ziekte bij ongeveer één op de vijftig mensen voor. Circa tien procent van de patiënten is echter jonger dan veertig jaar.

Bij de ziekte van Parkinson is sprake van een soort afbraakproces (degeneratie) in de ‘zwarte kernen’ van de hersenen, de zogeheten substantia nigra. Deze hersenkernen zijn van vitaal belang voor het soepel verlopen van bewegingen.

Dopamine
Door het verdwijnen van de zenuwcellen in deze kernen wordt er onvoldoende dopamine aangemaakt. Dopamine is een neurotransmitter. Dat is een stof die nodig is om zenuwimpulsen van de ene zenuw op de andere over te brengen. De verschijnselen van de ziekte van Parkinson worden pas merkbaar wanneer ongeveer zeventig procent van de dopamine producerende zenuwcellen verdwenen is.