Blog 4: Loslaten

Aan haar sociaal-maatschappelijke stage houdt verzorgende Esther zeer waardevolle herinneringen over. Met cliënt Greet, 93 jaar, bouwde ze tijdens deze stage een buitengewoon bijzondere band op. In haar blog vertelt ze over haar ervaringen in de laatste fase in het leven van deze markante vrouw.

Esther werkt als verzorgende in een fijn, warm wijkteam bij Savant Zorg en is getrouwd met Peter. Enkele jaren geleden verhuisde ze van Overijssel naar Brabant en inmiddels is ze oma van zes kleinkinderen met nummer zeven op komst. In 2014 slaagde ze voor de BBL-opleiding bij Savant Zorg tot verzorgende. Tijdens deze opleiding volgde ze haar stage, waarna ze met veel plezier aan de slag ging als verzorgende.

LOSLATEN

Pijn
Als ik die week een keer na mijn werk bij Greet binnenwandel, ligt ze in bed. Op het moment dat ze me ziet, verschijnt er een grote glimlach op haar gezicht en steekt ze haar armen uit voor een knuffel. Ik vraag haar of ze ziek is. “Ik kan niet meer zitten,” zegt ze. “En uit bed gaat ook alleen met veel hulp van de zusters.” Ik zie dat ze er inderdaad steeds minder goed uitziet. De pijn vreet aan haar. Ik merk dat ze echt hoopt dat haar einde gauw nadert. Greet vertelt dat er morgen een hoog-laag bed komt. “Het gaat hard nu,” zegt ze. Ik vraag of ze pijn heeft en ze zegt: “Ach ja, net zoals altijd he.” We babbelen nog wat en dan moet ik echt gaan werken. “Doe maar gauw meis, fijn dat je er weer even was.”

Goed geweest
De volgende dag spreek ik een collega. Ze vertelt me dat het er niet goed uitziet voor Greet. Ik aarzel geen moment en ga gelijk naar d’r toe. Als ik binnenkom, vertelt ze dat ze zich niet fijn voelt. “Ik heb zoveel pijn. Ik ben er wel klaar mee.” Ik zeg dat ik voor haar hoop dat het vannacht al zover is, maar dat ik bang ben dat het nog wel even zal duren. En ik realiseer me dat de egoïst in mij dat ook helemaal niet erg vindt. “Ik wil jou eigenlijk nog helemaal niet missen Greet,” zeg ik. “Ik weet het wel meisje, maar het is goed geweest.” Ze vertelt me dat haar kleinzoon en kleindochter vandaag geweest zijn en dat ze nog wat dingen wil regelen nu ze het zelf nog kan. Zo heeft ze iets laten opschrijven voor het personeel dat haar zo goed verzorgd en begeleid heeft. Ik vind het fijn voor Greet dat ze zelf tot op het laatste moment de regie kan nemen. Dan vraag ik of ik nog een foto van ons mag maken. “Voor het geval je er vannacht wel tussenuit piept,” zeg ik. Ze lacht en zegt: “Natuurlijk mag dat.”

Een waardevolle avond
Ik kruip half bij haar in bed en maak de foto. Hij is geweldig mooi. Die glimlach, die lichtjes in haar ogen… je zou toch bijna niet denken dat deze geweldige vrouw ons binnenkort gaat verlaten?! Wat ga ik haar missen. We kletsen nog over van alles. Het was een waardevolle avond en ik ben zo blij dat ik ben gegaan. Als ik afscheid van haar neem, geef ik d’r een hele dikke knuffel en kus. Ze pakt mijn arm en zegt: “Meisje, ik ben dankbaar dat ik jou heb mogen leren kenen.” Waarop ik antwoord: “En ik ben dankbaar dat je mij in jouw leven hebt toegelaten, Greet. Je bent een heel bijzondere vrouw, en ik zal je nooit vergeten. En nu moet ik gaan. Mocht je er vannacht tussenuit piepen: het ga je goed, en anders: tot snel! Ze lacht. “Is goed, dag meisje.” Dit blijkt achteraf de laatste keer te zijn geweest dat we zo gezellig hebben kunnen kletsen.

Aan de morfine
Als ik maandag op kantoor langsga, hoor ik dat Greet vanmorgen aan de morfinepomp is gelegd. De pijn was niet meer te verdragen. Ik ga gauw naar haar toe. Ik zie dat ze al behoorlijk versuft is. Haar mond staat wat open en hangt naar rechts. Ik geef haar een kus en ze kijkt me aan. Ik zeg: “Hé Greet, ik ben er.” Haar mond vormt een glimlach. Ik zie aan haar ogen dat de morfine behoorlijk zijn werk doet. Ze heeft kleine ogen en kijkt niet helder. Ik vraag haar of ze nog pijn heeft. Ze mompelt van niet. “Ga maar lekker slapen Greet,” zeg ik. Af en toe dut ze even weg, maar schrikt dan ook weer wakker. Ik praat tegen haar en zeg dat het goed is… dat ze los mag laten.

Lees ook de andere blogs van Esther: