Afbeelding bij artikel
Nellie

Uit het leven gegrepen van mevrouw Van den Acker: "Je bereikt het meest met liefde en geduld."

Gepubliceerd: 16-02-2026
Body tekst

Mevrouw Van den Acker (93) woont sinds een tijdje in Savant van Lenthof in Nuenen, een dorp waar ze als voormalig kleuterleidster een bijzondere band mee heeft. “Ik heb hier honderden kleuters les gegeven. Het is bijzonder om nu pal naast een van de voormalige scholen te wonen.”

Ze werd geboren in Herpen en was de jongste thuis. Ze moest al vroeg naar een kostschool. “Mijn ouders hadden een winkel en een bakkerij, dus dagelijks voor vijf kinderen zorgen, ging gewoon niet. Ik zat vooral met kinderen van zakenlui en schipperskinderen in Lithoijen bij de zusters daar.” Ze miste haar moeder erg. “Er waren lieve zusters bij, maar niemand kan je moeder vervangen.”

“Er waren lieve zusters bij, maar niemand kan je moeder vervangen.”

In Lithoijen kon mevrouw niet lang blijven. Het was oorlogstijd en de Duitsers hadden de school plots ingenomen. “Toen moest ik naar de kostschool in Beugen.” Op die kostschool mocht ze ‘s woensdags helpen bij de kleuters; de liefde voor het werken met kleine kinderen is daar geboren. “Ze zagen al snel hoe gek ik met kinderen was.” Maar veel onbezorgd buitenspelen was er niet bij door die Tweede Wereldoorlog. “We hoorden de vliegtuigen, de bombardementen. Ik vergeet niet meer dat er op zo’n 500 meter van ons huis een vliegtuig was neergestort. Je snapt als kind niet alles, maar je voelt de spanning wel.”

 

Nellie

Onderduikers
Bij de Van den Ackers thuis zaten onderduikers. We hadden soms Engelse piloten die moesten onderduiken. Mijn ouders hielpen hen met onderdak tot ze verder konden reizen.” En dan waren er nog verschillende onderduikers die moesten vrezen voor de Duitsers. “We moesten altijd om half acht in bed liggen. Later kwam ik erachter dat de onderduikers dan voor de dag kwamen. Wij kinderen wisten verder niet veel, dat was beter zo. Wat je niet weet, kun je ook niet per ongeluk verraden.” Het huis van de Van den Ackers leende zich goed voor het verbergen van onder duikers. Er waren veel slaap kamers op meerdere verdiepingen. “In de middelste slaapkamer op de eerste verdieping lag zeil op de vloer. Daaronder zat een luik dat toegang gaf tot een gangetje tussen de voorkamer en opkamer. In die gang zat ook de schoorsteen, dus het was er altijd lekker warm.”

Studeren
Na de tijd op de kostscholen heeft ze nog zes jaar in de winkel van haar ouders gewerkt. Daarna begon ze aan een opleiding tot kleuterleidster. “Eerst in Veghel en toen een extra opleiding in Den Bosch. Maar er was een overschot aan kleuterleidsters destijds, dus een baan vinden was best moeilijk. Daarom heb ik eerst op verschillende scholen waargenomen.”

Ergens in de jaren 60 is de familie naar Nuenen verhuisd en kreeg mevrouw daar een vaste aanstelling. In de jaren die volgden heeft ze vele honderden Nuenense kleuters begeleid naar een verdere schoolcarrière. 

"Vader noemde mij altijd zijn verpleegstertje."

Brand
“We woonden in Nuenen in de Weverstraat en ik werkte op de Maria Kleuterschool, tegenover ons huis. In de winterdag als het donker was en men vroeg de lampen aanhad, kon ik zo vanuit mijn klaslokaal de woonkamer inkijken.”

In die tijd in Nuenen is het gezin nog eens verhuisd binnen het dorp. Haar moeder is helaas met 76 al overleden. Daarna verhuisde ze samen met haar vader naar de Geelvinkhof. “In het begin vond ik het moeilijk, alleen met vader, hoewel ik altijd wel een vaderskindje ben geweest. En vader vond het ook fijn met me; die noemde mij zijn verpleegstertje.” Dat verplegen doet haar altijd denken aan vroeger: “Hij is erg verbrand geweest door een ongeval in de winkel. Ik heb hem toen gevonden.” Ze kijkt naar beneden.

“Om elektriciteit te sparen – er was schaarste in de oorlog – had vader een lantaarn in de bakkerij staan. Die moest regelmatig gevuld worden met brandbare vloeistof. Dat klusje deed vader altijd en dat ging op een dag mis. Zijn kleren vatten vlam en ik kwam toevallig op dat moment de bakkerij binnen. Ik zag alleen zijn hoofd nog. Ik riep ‘Moeke, moeke, vader staat in brand!’. Hij heeft lang in het ziekenhuis gelegen en heeft er duidelijke littekens aan over gehouden. Nadien heeft hij opnieuw moeten leren lopen met zo’n driepoot.”

"Ik liep met mijn vader van Nuenen naar Herpen en weer terug. 80 kilometer in totaal."

“Het heeft flinke impact gehad op zijn en ons leven.” Nicht Ingrid van Kempen zit bij het interview en glimlacht naar haar tante. “Dat maakt ook wel dat je een speciale band met hem ontwikkeld hebt, he?” Mevrouw Van den Acker knikt. “En we hebben zo lang samengewoond. Hij was graag bij me, wilde zelfs mee met de huisbezoeken bij leerlingen, maar dat mocht niet hoor”, lacht ze. Haar vader is bijna 90 geworden. “Hij heeft weer leren lopen en fietsen. Dat laatste deden we graag samen, van Nuenen naar Herpen en weer terug. 80 kilometer in totaal.” Fietsen lukt haar nu niet meer, een gemis vindt ze. “Ik heb mijn fiets weggedaan, om niet meer in de verleiding te komen. Ik zie nog maar met één oog, dus dat is gevaarlijk.” Toch kan ze regelmatig nog genieten van fi etsen, dankzij een fietsmaatje dat haar komt halen op een duofiets. “Dat vind ik zo heerlijk.”

Genieten
Mevrouw Van den Acker kan misschien niet meer ver wandelen of zelf fietsen, ze vindt nog altijd activiteiten die haar gelukkig maken. “Muziek luisteren, schilderen, breien, haken.” In haar appartement zijn de sporen van haar creativiteit nog goed te zien: zelfgemaakte poppen en beren, een handgebreide deken en een gehaakte sprei. “En natuurlijk het samen fietsen op de duofiets, de natuur in, dat is echt genieten.”

De liefde
Haar vader bleef ‘de enige man’ in haar leven, al waren er zeker jongens die haar leuk vonden. “Maar als ik er niks voor voelde, maakte ik dat ik wegkwam, haha.” Of ze het niet gemist heeft, een eigen gezin stichten? “Nee, ik heb altijd kinderen om me heen gehad, zowel op mijn werk als binnen mijn familie.” Ze paste veel op neefjes en nichtjes. Al is het wel ooit dichtbij trouwen gekomen, weet nicht Ingrid. “Toen jullie nieuwe huis op Tweevoren werd gebouwd, hebben jullie nog een tijdje in de Lieshoutse bossen gewoond. Dat huisje was van een meneer die erg van u gecharmeerd was.” Mevrouw Van den Acker weet het weer. “O ja, dat was Van Stekelenburg!”

Nellie

“Het had niet veel gescheeld of u was met hem getrouwd”, herinnert haar nicht zich. Mevrouw Van den Acker: “Ja, dat klopt. Zijn moeder woonde bij hem, en vader woonde bij mij. Wij woonden in het tuinhuis achter hun huis. Maar hij zei dat als we zouden gaan trouwen, mijn vader naar een bejaardenhuis zou moeten.” Ze kijkt streng. “Dat ging nooit gebeuren, zoiets kun je mensen niet aandoen. Die bejaarden huizen van toen. Mannen en vrouwen apart op verschillende zalen, alleen de heel rijke mensen hadden samen een kamer. Vreselijk.” Hoe anders is dat nu voor haar: een ruim appartement met een aparte slaapkamer. “Ja, ik woon hier fijn. En gelukkig heb ik lang met vader kunnen wonen en hem kunnen helpen tot hij stierf.”

In de tussentijd is er geen man meer geweest die het bij mevrouw Van den Acker geprobeerd heeft. Haar nicht kijkt haar guitig aan: “Maar u heeft me wel eens verteld dat u nagefloten werd om uw mooie benen.” Mevrouw Van den Acker kijkt naar beneden. “Nou, er zitten overal spataders nu.” Ze lacht. “Ach ja, er zitten in ieder geval kousen over, dan valt het niet zo op.” Het tekent mevrouw Van den Acker, ze weet het leven te relativeren. En ze heeft ook nog wel een nuttig advies voor iedereen die met kleuters moet omgaan, met moeilijke ouders of lastige mensen in het algemeen: “je bereikt het meest met liefde en geduld.”