Het echtpaar Cuppen is recent in Savant Sonnehove komen wonen en dat was niet helemaal zoals gepland. Hun landelijke huis in Lierop met grond en dieren moest worden verkocht omdat het qua gezondheid niet meer lukte om daar te blijven wonen. Maar vooral meneer Cuppen heeft zijn boerenziel en zaligheid gewoon meegenomen naar Savant en loopt daar nog altijd op klompen en met een zelfgemaakte houten stok.
“We hebben er 58 jaar gewoond”, vertelt hij met zichtbaar verdriet over hun huis in Lierop. “In 1966 kochten we het land waar toen niets meer dan een plankenhuisje op stond. In 1974 hebben we het helemaal herbouwd, gewoon zelf met hulp van de familie. Dat scheelde veel arbeidsloon.” Zijn neef was architect en heeft het getekend.
De boerderij leende zich ook prima voor het houden van dieren, iets wat het echtpaar graag deed. Meneer Cuppen combineerde zijn baan als stukadoor met zijn werk als boer, zonder te zeuren. “Gewoon om 5 uur opstaan, de koeien melken, want om 10 over 6 stipt stond de melkwagen voor de deur.” Naast koeien had de familie ook schapen, geiten, pony’s, honden en ezels.
Klompen
Het boer zijn draagt meneer Cuppen nog altijd trots met zich mee. Een paar houten klompen aan zijn voeten en een stok van kronkelwilg onderscheiden hem van de gemiddelde bewoner in Sonnehove. “Ik heb altijd klompen aan: vaak mijn werkklompen en soms mijn mooie klompen. En die stok, die heeft een verhaal.” Hij kijkt trots. “De buurman uit Lierop haalde een boom weg en toen hebben we zeven van deze stokken uit het hout kunnen zagen. We hebben er vijf weggegeven, ik heb er zelf een en in de kamer staat nog een reserve.” Al denkt hij die niet snel nodig te hebben. “Dit is zo sterk en duurzaam, dat gaat nog heel lang mee.”
“Ik heb onlangs nog zo’n stel klompen aan een zuster gegeven die ze aan de muur wilde hangen. Ze was er erg blij mee.”
Meneer Cuppen kent de traditie van klompen aan de muur. “Ik zie mensen dat vaak doen ja. Maar dat moet je niet doen met goede klompen. Gebruik daarvoor liever klompen die te dun zijn geworden. Je weet wel, dat het water er doortrekt”, dat zeggend alsof het ons allen regelmatig gebeurt. “Ik heb onlangs nog zo’n stel klompen aan een zuster gegeven die ze aan de muur wilde hangen. Ze was er erg blij mee.”
En nieuwe klompen? Worden die nog veel gemaakt? “Zeker. Maar hier in de buurt kan ik ze niet meer kopen, omdat ze alleen maar pinbetalingen accepteren. En dat kan ik niet.” Het frustreert hem dat er geen contant geld meer wordt geaccepteerd, maar hij heeft een andere oplossing gevonden om toch zijn geliefde klompen te bemachtigen. “In Aarle-Rixtel heb je een klompenfabriek en daar kan ik wel met contant geld betalen, dus ga ik daarheen.” Hij laat een setje zien dat naast zijn stoel staat.
“Ik doe er een jaar mee, en daarna heb ik nieuwe nodig.” De beschildering op zijn mooie klompen ziet hij zelf helaas niet meer. Meneer Cuppen is blind geworden, een hoofdreden om niet meer achteraf in het grote huis te kunnen wonen. “Ik heb al vijf jaar het gras niet meer kunnen maaien.”
Het huis verkopen
De brochure van de makelaar ligt nog op tafel. “De kinderen wilden het huis niet, dus er was geen keus. En er was veel interesse voor, het was zo verkocht. Maar het is zo’n gemis.” Door glaucoom - een ongeneeslijke oogziekte - is meneer Cuppen blind geworden. Ondertussen kreeg zijn vrouw een herseninfarct. De pech op de oude dag stapelde zich op. Toch probeert het nog altijd verliefde stel er het beste van te maken. In augustus mag hij 85 kaarsjes uitblazen en zij 83. “4 en 7 augustus zijn we jarig, dus vlak na elkaar. Dit jaar met 85 jaar is het groot feest bij onze dochter in Mierlo, die heeft de ruimte nu meer dan wij”, zegt mevrouw Cuppen.
“Ik zag haar in Heeze bij het dansen bij Beks. Mevrouw Cuppen kijkt hem aan met een twinkeling in haar ogen. “Ik was mijn fietssleutel verloren en hij bracht me naar huis.”
Maar het grootste feest moet nog komen, over twee jaar: dan zijn ze 60 jaar getrouwd. Voor de snelle rekenaar moeten deze tortelduifjes elkaar vroeg hebben ontmoet. Ze beginnen allebei te lachen. “Ik zag haar in Heeze bij het dansen bij Beks. Mevrouw Cuppen kijkt hem aan met een twinkeling in haar ogen. “Ik was mijn fietssleutel verloren en hij bracht me naar huis.” Haar man herinnert zich de rit nog goed. “Dat was een heel eind van Heeze naar Lierop.” Nadat zij bij hem achterop de fi ets zat groeide de liefde snel verder. “Ze was 18 toen ik haar ontmoette. En ze ziet er nog altijd goed uit, al kan ik dat zelf niet meer zien, maar dat is vast niets veranderd.”
Altijd in Lierop
Meneer Cuppen had door zijn dubbele baan als boer en stukadoor geen tijd voor vakantie, al vond hij dat niet erg. “Nergens voor nodig.” Zijn vrouw was het daar niet helemaal mee eens, maar liet zich niet tegenhouden om dan gewoon zelf op vakantie te gaan. “Amerika, Canada,Wales; ik heb het allemaal gezien”, zegt ze met een tevreden glimlach.
Haar echtgenoot is altijd in Lierop gebleven. Zijn hele leven. “Op één dag na. Toen moest ik in het ziekenhuis in Geldrop blijven slapen voor mijn nieuwe heup. Het was toen al te laat om nog naar huis te gaan.” Hij houdt zijn stok stevig vast wanneer hij dit vertelt. Zijn vrouw vervolgt: “Hij maakte zelf wel uit wanneer hij naar huis ging en zei de dag erna ‘ik vertrek, ik wil naar Lierop’.” En zo geschiedde.
Luxe was nooit aan hen besteed. “Naar een restaurant gaan? Ik had de beste kok thuis”, glimlachend naar zijn vrouw.
Luxe was nooit aan hen besteed. “Naar een restaurant gaan? Ik had de beste kok thuis”, glimlachend naar zijn vrouw. En van het verdiende geld genieten, deed het koppel ook niet zo. “Ik geef het liever weg”, zegt meneer. “Toch zijn we wel ooit weggeweest”, herinnert mevrouw Cuppen haar man. “Naar camping De Kienehoef in Sint-Oedenrode.” Al hebben we het daar niet lang uitgehouden: om 12 uur wilde hij al terug naar Lierop.” Meneer Cuppen is een mens om dichtbij huis te blijven. “Het voelt daar gewoon goed, waarom zou je dan weggaan?”
Elkaar helpen
Meneer en mevrouw Cuppen geloven erg in elkaar helpen om dingen voor elkaar te krijgen. “Dat hebben we in de familie altijd zo gedaan”, zegt meneer stellig. “Ik heb voor de hele familie gestukadoord. En ook veel gemetseld. En mensen hielpen mij weer terug zoals zij konden. Zo heeftmijn neef ons huis getekend en mijn broer voor mij het gras gemaaid toen ik het niet meer kon.”
Zijn vrouw knikt. “Toen ik mijn herseninfarct kreeg stond er ook meteen hulp op de stoep. Het gaat nu na zes jaar wel beter, maar ik merk dat ik nog een beetje langzaam ben. Hier wonen in Sonnehove voelt daarom wel veiliger. En we hebben het hier goed.” Ze geniet vooral van de activiteiten in het huis. “Als er iets georganiseerd wordt, ben ik erbij: de gym, muziekevenementen en bloemschikken, ik vind het allemaal leuk.” In het appartement staan verschillende bloemcreaties die ze zelf heeft gemaakt.
Nog steeds kruipt het bloed waar het niet gaan kan en is meneer Cuppen graag met zijn handen bezig, ook al kan hij niet meer zien wat hij doet. “Ik kan nog wel dingen op de tast. In Sonnehove help ik een man die vogelhuisjes maakt. Ik schuur het hout, dat lukt nog wel. En ook de paasdecoraties hier op tafel zijn zelfgemaakt en door mij geschuurd.”
“Ik kan die vogelhuisjes niet meer zien, maar ik kan wel de vogels horen die erop afkomen."
De vogelhuisjes waar meneer Cuppen aan mee heeft gewerkt, komen in de binnentuin van Sonnehove te hangen. “Ik kan die vogelhuisjes niet meer zien, maar ik kan wel de vogels horen die erop afkomen. En die geluiden vallen nu meer op dan vroeger.” Zijn vrouw glimlacht naar hem met vertedering in haar ogen. “Ja, in die binnentuin zit hij het liefst. Het is fijn dat hij nu op een andere manier van de dieren en de natuur heeft leren genieten.”