Afbeelding bij artikel
Jan uit Savantmagazine

Het levensverhaal van Jan van Hall. Over liefde, vakmanschap, verlies en de kracht om door te gaan

Gepubliceerd: 20-07-2026
Body tekst

Glas-in-lood kunstenaar Jan van Hall (78) woont in Savant de Eeuwsels in Helmond. Vanuit het raam ziet hij regelmatig de vuilniswagens van milieudienst Blink passeren, een van de bedrijven waarvoor hij jarenlang vrachtwagen gereden heeft. Met een lach en een traan kijkt hij naar buiten. Tot vijf jaar geleden reed hij zelf nog. Een herseninfarct verlamde zijn linkerkant.

Hoewel Jan – die het liefst met zijn voornaam aangesproken wordt – geboren is in Utrecht, heeft hij bijna zijn hele leven in Helmond gewoond. Als hervormde was dat even wennen in het katholieke zuiden. “Die verschillende stromingen werden op school apart gehouden.” Maar hij viel voor een katholiek meisje. Een lastige combinatie toen, maar de verkering hield stand en werd een huwelijk. Daarvoor moest hij wel katholiek worden, maar dat nam hij op de koop toe.

“Vorig jaar maart heb ik afscheid van haar moeten nemen.” Het emotioneert Jan nog zichtbaar. Sinds 2017 kreeg zijn vrouw te maken met dementie. Dat werd over de jaren een groter probleem en ze kwam in een verzorgingshuis te wonen. “Ik bezocht haar elke dag en legde haar ’s avonds altijd mee op bed.”

Vrachtwagens
Ook hijzelf kreeg al redelijk vroeg te maken met gezondheidsproblemen: nog voor zijn pensioen was daar zijn eerste herseninfarct. Hij is daar gelukkig bovenop gekomen door veel fietsen, lopen en zwemmen. “Ik ben blij dat ik kon blijven werken, maar ik zocht wel iets minder intensiefs dan een eigen zaak.”

Hij had lang een voegersbedrijf. Later kwam daar ook binnenhuisafwerking bij. Bijvoorbeeld houtafwerking, stucen en open haarden bouwen. Hij glundert: “daar was veel vraag naar in de jaren 70. Net als tegelwerk. En steenstrips.” Jan zag er direct brood in. “We kochten stenen in bij steenovens in Nederland en die verzaagden we dan met machines en leverden ze aan tegelhandelaars in het hele land.”

Om dat goed te kunnen doen, was een vrachtwagen essentieel, dus haalde hij zijn groot rijbewijs en regelde een vrachtauto. Hij wist het toen nog niet, maar dat rijbewijs zou na zijn infarct nog goed van pas komen. Een eigen zaak runnen was teveel geworden, maar af en toe op de vrachtwagen rijden, lukte nog wel.

Jan met glas in lood
Glas in lood was een gezamenlijke hobby van Jan en zijn vrouw.

Vrijwilliger
Voor verschillende organisaties heeft hij nog jaren (deels vrijwillig) gereden. Maar er bleek ruimte voor meer activiteiten tijdens het pensioen van het echtpaar. Glas in lood was een schot in de roos, zowel voor hem als zijn vrouw. “Zij was gek op het maken van bloemen endieren, ze maakte elke dag wel iets van glas in lood.” In de woonkamer van Jan zijn daar nog vele voorbeelden van: de bloemen in de vaas, de konijntjes voor Pasen en de engeltjes voor Kerstmis.

Tweede keer
Toch kwam er in 2023 een einde aan een hobbyrijk pensioen. Uit het bevolkingsonderzoek dat jaar bleek dat Jan darmkanker had. Bij verdere controle vond men ook een aneurisma, een verdikking van de aorta. “Die moest eerst worden geopereerd, pas daarna kon de darmkanker worden behandeld.” Twee operaties in drie maanden tijd was zwaar en betekende het einde van zijn werk als vrachtwagenchauffeur.

"Ik reed ’s avonds weer naar huis en keek nog wat tv. ’s Ochtends werd ik wakker naast een politieagent.”

“Gelukkig zijn de operaties wel goed gegaan en ben ik genezen van de kanker.” Toch bleken er helaas kort daarna nog meer lichamelijke problemen in het verschiet. “Zo’n tweeënhalf jaar geleden bezocht ik mijn vrouw in het verzorgingshuis in Stiphout zoals elke andere dag. Ik reed ’s avonds weer naar huis en keek nog wat tv. ’s Ochtends werd ik wakker naast een politieagent.” “Bent u meneer Van Hall?, vroeg hij.” Die avond had Jan zijn tweede herseninfarct gehad en was met zijn hoofd in een vaas gevallen. Er zat nog allemaal glas in zijn gezicht.

“Zie je dat litteken hier?” en hij wijst naar zijn neus. “Daar zat ook glas, maar gelukkig niet in mijn ogen.” Het feit dat de politie hem redelijk snel vond, was door een afspraak die het echtpaar Van Hall had gemaakt met hun buren: als de rolluiken niet open zijn om elf uur, bel dan onze zoon. Iets dat de buren netjes deden, en hun zoon alarmeerde 112. “Alle hulpdiensten stonden bij mij thuis, maar ik kan me er nog maar weinig van herinneren.” Jan eindigde opnieuw in het ziekenhuis en moest daarna lang revalideren. Door het tweede infarct is hij nu aan de linkerkant van zijn lichaam verlamd.

Het verblijf in de revalidatiekliniek hield hem niet tegen om alsnog zijn vrouw te bezoeken. “Haar op bed leggen kon ik toen helaas niet meer, maar we brachten in ieder geval nog tijd samen door.” Tot 21 maart 2025. “Het ging die maand al slechter met mijn vrouw. De taxi die mij die dag kwam halen was nog net op tijd in Stiphout: ik was erbij toen ze stierf.”

Fotograaf
Er was nog een andere patiënt in het verzorgingshuis wiens vrouw hem veel bezocht. En haar hobby was fotografie. Ze maakte ook daar vaak foto’s en Jan heeft het geluk daarom enkele mooie spontane foto’s van hem en zijn vrouw te hebben uit die tijd. Hij glimlacht zachtjes: “In de slaapkamer staat een momentopname van een kus tussen ons, een foto die die vrouw toevallig maakte. Volgens mij waren we toen 55 jaar getrouwd.”

Jan met zijn vrouw
Een momentopname van een kus tussen Jan en zijn vrouw.

Verhuizing
Kort na het overlijden van zijn vrouw kwam er een kamer vrij in De Eeuwsels. Jan moest verhuizen. Niet alleen het gemis van zijn grote liefde deed veel zeer, ook alles wat voor hem vertrouwd was moest hij opgeven: zijn huis, zijn auto, fiets en werkplaats. “En is toen ook veel glas in lood weggegaan, dat vond ik wel moeilijk.”

Het wennen aan de nieuwe omgeving en situatie vallen hem zwaar. Wat doe je immers een hele dag als je veel dingen niet meer kunt door de verlamming? “Eerlijk? Ik zit hier in mijn rolstoel en doe soms mijn ogen dicht om maar in slaap te vallen. Dan weet je tenminste even niks meer.” Jan is openhartig over zijn worstelingen met de nieuwe realiteit. “Tijdens de revalidatie moest ik bijvoorbeeld met één arm een t-shirt aan leren trekken. Weet je hoe moeilijk dat is? Uit frustratie heb ik er drie kapot getrokken.” Maar het belangrijkste vindt hij zelf naar de wc kunnen. Daar heeft hij ontzettend veel op geoefend bij de fysio. “En dat kan ik nu weer, zij het met wat aanpassingen die me helpen, maar het blijft moeilijk en kost tijd en energie.”

"Ik ben wel vaak kwaad, de boosheid om dingen die je wilt en niet meer lukken. Maar ik moet de situatie accepteren.”

Kaasverpakking
Veel mensen staan er niet bij stil hoe vaak ze hun beide armen nodig hebben. Jan kijkt naar het beleg op tafel. “Neem die verpakkingen van kaas of vlees, je hebt twee handen nodig om ze open te trekken.” Hij heeft daar gelukkig een oplossing voor: een plastic doos waar de verzorging het beleg in doet en waar maar één clip op zit, zodat hij de deksel er makkelijk afkrijgt met één hand. “Toch valt het soms op de grond en kan ik het weggooien. Ik ben wel vaak kwaad, de boosheid om dingen die je wilt en niet meer lukken. Maar ik moet de situatie accepteren.”

De zon schijnt plots fel door het raam en trekt zijn aandacht. Jan kijkt vanuit zijn appartement schuin uit op het winkelcentrum aan de overkant. De plek waar hij vroeger vaak pauze hield met zijn oud-collega’s van de milieudienst. Binnen draait hij muziek uit de jaren 60 en 70 waar hij zo van houdt en zoekt hij de laatste tijd vooral oude foto’s uit. “Daardoor beleef ik mijn leven nu eigenlijk opnieuw, elke dag komen er weer herinneringen boven en vaak vallen mijn ogen daarna rustig dicht.”